Handleiding opdrachten voor en na de backup
In sommige gevallen moeten er voor en na de backup bepaalde opdrachten worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld het maken van drivemappings of het stoppen van een database. Echter na de backup mogen die drivemappings weer worden verwijderd en de database weer worden gestart. Dat kunt u doen met het opdrachtregelprogramma van MKBackup. Volg de navolgende stappen.
1. Start de MKBackup Manager via Start -> Alle programma's -> MKBackup Manager -> MKBackup Manager
2. Inloggen

Voer uw aanmeldingsnaam en wachtwoord in en klik op Ok ().
3. Klik op het plus-teken voor de backupreeks waar u geen gebruik wilt maken van het backupschema.
4. Klik op "Opdrachtregelprogramma".

Aan de rechterkant kunt u een Pre- en een Postopdracht invullen. De preopdrachten worden vóór de backup uitgevoerd en de postopdrachten worden na de backup uitgevoerd. Klik bij preopdracht op Toevoegen.
5. Preopdracht

- Stoppen van een MSSQL server doet u met "net stop MSSQLSERVER"
Een veel voorkomende opdracht is het stoppen van een niet door MKBackup ondersteunde database. Bij "naam" vult u een voor u herkenbare naam in. Deze komt ook terug in de rapportage. Bij "opdracht" het commando dat moet worden uitgevoerd. Wanneer u hier een batch file aanspreekt dient u bij "werkmap" een temp-folder op te geven voor eventuele cache bestanden. Vervolgens klikt u op Ok.
6. Postopdracht

- Starten van een MSSQL server doet u met "net start MSSQLSERVER"
Na de backup moet de onder stap 5 gestoptte database weer worden opgestart. Vul de gegevens in en klik op Ok.
7. Sluit de MKBackup Manager af

Beantwoord bovenstaande vraag met "Ja".
Terug naar de
|